Duidelijkheid over 'derde WW-jaar'



Na jarenlange discussie is op 10 mei de Stichting van de Arbeid naar buiten gekomen met een brief aan de decentrale cao-partijen, waarin de hoofdlijnen voor de reparatie van het 'derde WW-jaar' uiteen wordt gezet.

Bij het sociaal akkoord van april 2013 zijn er diverse afspraken gemaakt door de sociale partners en kabinet. De uitkomsten van dit akkoord zijn onder meer verwerkt in wetgeving, denk bijvoorbeeld aan de Wet werk en zekerheid en de Participatiewet. Een van de afspraken van het sociaal akkoord betrof de verkorting van de WW-duur tot 24 maanden en de reparatie van die verkorting door de sociale partners. Het wettelijke onderdeel van die afspraak - de verkorting van de WW-duur - was opgenomen in de Wet werk en zekerheid, over de reparatie moesten afspraken worden gemaakt binnen de Stichting van de Arbeid.

Uiteindelijk is gekozen voor een beperkt aantal 'verzamel-cao's' die gezamenlijk een landelijke dekking hebben. Cao-partijen kunnen zich vrijwillig aansluiten bij een van de verzamel-cao's door eenvoudigweg de werkingssfeer van hun cao toe te voegen aan de werkingssfeer van een van de verzamel-cao's. Een landelijk fonds, de Stichting Private Aanvulling WW en WGA (PAWW) zal uiteindelijk op basis van omslagfinanciering de WW-reparatie uitvoeren. De administratieve uitvoering wordt ondergebracht bij Raet.

Aanvankelijk waren de geluiden dat werknemers voor de WW-reparatie een premie zouden betalen uit het nettoloon. De afspraak is nu dat het om een premie uit het brutoloon gaat en dat over de uitkering door Stichting PAWW loonbelasting zal worden ingehouden. Uit de bijlage bij de brief kunnen we opmaken dat het brutoloon waarop de premie zal worden ingehouden het periodieke brutoloon en de vaste toeslagen betreft. Dit is dus een andere bijdragegrondslag dan waarover de premies voor de wettelijke werknemersverzekeringen worden berekend (sv-loon). Het maximumbedrag voor de bijdragegrondslag is gelijk aan het in een jaar geldende maximum dagloon voor de wettelijke werknemersverzekeringen. De premie is ongeacht de sector of het bedrijf gelijk en wordt geraamd op 0,3% (2018), oplopend tot 0,6% in 2022.

In de brief wordt benadrukt dat deze afspraak alleen geldt de reparatie van het derde WW-jaar. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat in de toekomst de opzet van een centraal fonds met verzamel-cao's ook voor andere zaken wordt ingezet. Ook is het de bedoeling dat de administratieve lasten beperkt blijven en dat de premie niet kan worden verhaald op de werkgever. Hoe dat in de praktijk zal lopen is afwachten. Hoe wordt bijvoorbeeld omgegaan met al bestaande afspraken dat de werkgever de kosten voor WW-reparatie op zich neemt (bijv. Afval & milieu voor de lopende cao, Provincies in het na de brief van de Stichting van de Arbeid tot stand gekomen principeakkoord). De werkgever heeft in ieder geval de administratieve last van de verwerking in de salarisadministratie.