Regeerakkoord: nieuw beleid vanaf 2019



Op dinsdagmiddag 10 oktober 2017 is na langdurige formatiebesprekingen eindelijk een regeerakkoord gepresenteerd. Veel nieuwe beleid, met name ook op onderwerpen die personeel en personeelskosten raken. Veel is nog (nabije) toekomst. Waarschijnlijk zullen de meeste veranderingen pas vanaf 2019 hun beslag krijgen.  We stippen er enkele aan.

Arbeidsrecht

Wat betreft het arbeidsrecht kunnen we noemen een versoepeling van het ontslagrecht (sneller ontslag bij cumulatie van ontslaggronden, maar dan wel een hogere transitievergoeding), aanpassing van de transitievergoeding (niet pas na twee jaar, opbouw voor elk jaar een derde maandsalaris, ook na een dienstverband van tien jaar, verruiming mogelijkheid om scholingskosten in mindering te brengen). Verder: aanpassing ketenregeling (van twee weer naar drie jaar een contract voor onbepaalde tijd), verruiming proeftijd (naar vijf maanden bij vast contract, drie maanden bij een meerjarencontract). Verder is wetgeving aangekondigd ten aanzien van payrolling en nulurencontracten.

Sociale zekerheid

Thans kennen we een differentiatie van de WW-premie naar sector. Het kabinet wil toe naar een differentiatie naar type contract waarbij contracten voor onbepaalde duur een lager premiepercentage toegerekend krijgen dan contracten voor bepaalde tijd.
Een belangrijk maatregel voor werkgevers in het MKB (tot 25 werknemers) is verder de verkorting van de loondoorbetaling bij ziekte naar één jaar. Voor het tweede jaar komt een collectieve regeling. De periode waarvoor premiedifferentiatie geldt in de WGA, wordt verkort van tien jaar naar vijf jaar. Dit moet het risico voor werkgevers verminderen.

Vernieuwing van het pensioenstelsel

Het pensioenstelsel gaat op de schop. Voor alle contracten wordt een leeftijdsonafhankelijke premie verplicht en krijgen de deelnemers een opbouw die past bij de ingelegde premie. Wel komt er een collectieve buffer gevuld uit overrendementen die bescherming moet bieden tegen onvoorziene veranderingen in de levensverwachting en schokken op de financiële markten.

Wet DBA

Een hot item de afgelopen kabinetsperiode was de Wet DBA. Aangekondigd wordt dat die wet wordt vervangen door een nieuwe regeling die de opdrachtgever (en zelfstandigen) zekerheid moet bieden dat er buiten dienstbetrekking wordt gewerkt en anderzijds schijnzelfstandigheid (aan de onderkant) moet voorkomen. Dat laatste wil de nieuwe coalitie bewerkstelligen door bij zzp’ers die werken tegen een laag tarief (tot 125% WML of laagste cao-schalen) in combinatie met een langere duur van de overeenkomst of het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten altijd een dienstbetrekking te veronderstellen. Bij een hoog tarief (bovenkant markt), korte duur overeenkomst en/of niet reguliere bedrijfsactiviteiten komt er een mogelijkheid voor een ‘opt out’ voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen. En voor de middengroep komt er een ‘opdrachtgeversverklaring’ die de opdrachtgever kan aanvragen via een webmodule.

Fiscaal

Op fiscaal gebied raakt de invoering van een tweeschijvenstelsel direct de loonadministratie. De bedoeling is dat er straks nog slecht twee schijven zijn: een eerste schijf met tarief van 36,93% en een tweede schijf (vanaf )van 49,5%. Daarnaast zijn er enkele kleinere aanpassingen zoals een verhoging van de algemene heffingskorting en een per saldo verhoging van de arbeidskorting.

De meeste plannen moeten nog in wetgeving worden omgezet. De verwachting is dat de meeste wijzigingen pas op z’n vroegst in 2019 zullen ingaan.

Bron: Regeerakkoord 'Vertrouwen in de toekomst'