Loonkostenvoordelen - administratieve lastenvermindering, of toch niet?



De loonkostenvoordelen die volgend jaar de huidige premiekortingen vervangen worden wel gebracht als een administratieve lastenverlichting voor werkgevers. Hoewel de nieuwe regeling zeker een eenvoudiger procedure kent moet u ook rekening houden met nieuwe vereisten die het zeker niet eenvoudiger maken.

Kenmerk van de huidige premiekortingen voor onder meer het in dienst nemen van oudere of arbeidsgehandicapte werknemers is dat per loontijdvak de werkgever zelf de premiekorting waarop het recht heeft in de loonaangifte verwerkt en vervolgens incasseert voor zover de verschuldigde premies werknemersverzekeringen ruimte bieden. Een belangrijke vereenvoudiging van de vier loonkostenvoordelen die voor de premiekortingen in de plaats komen is dat het plaatsen van een vinkje bij de loonaangifte waarna aan de hand van de gegevens uit de polisadministratie na 1 mei van het volgende kalenderjaar het UWV het recht op het loonkostenvoordeel vaststelt. Uiterlijk 1 augustus stelt de Belastingdienst dan de definitieve beschikking vast, waarna binnen zes weken betaling volgt. Een eenvoudiger procedure waartegenover wel een financieringsnadeel staat: in plaats van incassering per loontijdvak een betaling achteraf in de tweede helft van het volgende kalenderjaar.

Een belangrijke verandering waar werkgevers rekening mee moeten houden is dat om voor de loonkostenvoordelen in aanmerking te komen enkele stappen tijdig moeten worden genomen. Een correctiemogelijkheid tot jaren later zoals nu nog bij premiekortingen is bij de loonkostenvoordelen praktisch onmogelijk. Voor alle loonkostenvoordelen (voor in dienst nemen oudere werknemer, in dienst nemen arbeidsgehandicapte werknemer, herplaatsing arbeidsgehandicapte werknemer en in dienst nemen werknemer uit doelgroep banenafspraak) geldt dat de werkgever een doelgroepverklaring moet kunnen overleggen. Nu, bij de premiekortingen, is die verplichting er alleen nog voor in dienst nemen oudere werknemer. De werknemer moet de verklaring aanvragen (bij UWV of gemeente). Dit moet binnen drie maanden na indiensttreding worden gedaan! Binnen acht weken wordt dan op een aanvraag beslist. De werknemer kan ook de werkgever ook machtigen om een verklaring aan te vragen. In dat geval is de werkgever ook degene die de beslissing ontvangt en kan dan ook zelf in bezwaar en beroep gaan als hij meent dat ten onrechte geen of niet de juiste doelgroepverklaring is afgegeven. Het is raadzaam als werkgever aan te dringen op een machtiging, om zelf controle te houden op een tijdige aanvraag en eventuele vervolgstappen (bezwaar, beroep). Let op: een werknemer is niet verplicht om een doelgroepverklaring aan te vragen. Indien een werkgever er naar vraagt is hij ook niet verplicht hierop te antwoorden.

De beperkte termijn voor het aanvragen van de doelgroepverklaring maken de regeling er zeker niet eenvoudiger op. Het argument voor de korte aanvraagtermijn, zo valt te lezen in de toelichting bij de Verzamelwet SZW 2017, is dat bij een latere aanvraag het aannemelijk is dat de dienstbetrekking ook zou zijn aangegaan zonder toekenning van een loonkostenvoordeel. Een te late aanvraag betekent dat het loonkostenvoordeel niet doorgaat, ook niet met betrekking tot toekomstige perioden van het dienstverband. Dit, in combinatie met als uitgangspunt het gebrek aan regie bij de werkgever, maakt het er zeker niet eenvoudiger op.