Subsidieregeling praktijkleren: 15 september nadert



Werkgevers die een praktijkleerplaats of een werkleerplaats aanbieden kunnen in aanmerking komen voor de subsidieregeling praktijkleren. Aanvragen dienen ieder jaar na afsluiting van het studiejaar te worden ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (Rvo).

Een leerplaats die in het studiejaar 2016-2017 was aangeboden aan een van de volgende categorieen leerlingen komt voor subsidie in aanmerking: vmbo-leerlingen in een leerwerktraject van basisberoepsgerichte leerweg, mbo-leerlingen in beroepsbegeleidende leerweg (bbl), hbo-studenten (duale of deeltijdopleiding binnen de sectoren techniek of landbouw en natuurlijke omgeving), promovendi, technologische ontwerpers in opleiding (toio).

De subsidie per gerealiseerde praktijkleerplaats of werkleerplaats bedraagt maximaal € 2.700. Aanvragen voor subsidie over het studiejaar 2016-2017 kunnen nog tot uiterlijk 15 september 2017, 17.00 uur digitaal worden ingediend.

Let op: een te late indiening betekent dat de aanvraag wordt afgewezen.

Iets meer tijd heeft men met het beschikbaar hebben van de verplichte documentatie (afhankelijk van type leerplaats, bijvoorbeeld stageovereenkomst, beoordeling door de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, aanwezigheidsregistratie, administratie waaruit begeleiding leerling blijkt). Die moet men kunnen overleggen, maar niet noodzakelijk uiterlijk per 15 september, al is het natuurlijk altijd handig dan al de documentatie op orde te hebben.

Nieuw studiejaar, nieuwe kansen

Overweegt u als werkgever komend studiejaar (weer) leerplaatsen aan te bieden. Ga dan nu al na aan welke voorwaarden u, de leerling/werknemer en de opleiding moet voldoen, over welke documenten u moet beschikken en wat u gedurende het jaar moet administreren. En niet onbelangrijk: ga na of er een weigeringsgrond van toepassing is. Het zou zonde zijn als achteraf blijkt dat al vanaf begin duidelijk was dat de geboden leerplaats niet in aanmerking kwam voor de subsidie praktijkleren. Let op: Met ingang van 2017-2018 kan ook een subsidie praktijkleren worden aangevraagd voor leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs of het praktijkonderwijs. Een werkgever die voor het studiejaar 2017-2018 een subsidie praktijkleren aanvraagt voor een praktijkleerplaats voor leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en vmbo entreeopleiding moet uiterlijk 15 september 2018 beschikken over een gunstige beoordeling door de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven. De aanvraag hiervoor moet voor aanvang van de stage dan wel beroepspraktijkvorming worden aangevraagd. (20-07-2017)

Een regeling met een staartje

De subsidieregeling praktijkleren is per 1 januari 2014 in de plaats getreden van de Afdrachtvermindering onderwijs. Die regeling laatste regeling houdt de gemoederen nog altijd bezig door de reeks procedures die er lopen naar aanleiding van de controles door de fiscus en de als gevolg daarvan opgelegde naheffingsaanslagen aan werkgevers. Aanleiding voor de controles was (vermeend) grootschalig misbruik van de regeling door inhoudingsplichtigen.

In een van die procedures heeft de Hoge Raad vorig jaar beslist dat het niet vereist is dat de werknemer een (volledige) beroepsopleiding volgt. Hetgeen de werknemer moet volgen is de beroepspraktijkvorming die als zodanig deel uitmaakt van de beroepsbegeleidende leerweg van een van de beroepsopleidingen die in voornoemde bepaling worden aangeduid. Begin dit jaar was dit voor Rechtbank Den Haag aanleiding om te beslissen dat ten minste beroepspraktijkvorming moet zijn gevolgd die deel uitmaakt van een opleiding van de beroepsbegeleidende leerweg die verder aan de voorwaarden voldoet. Een detacheringsbureau die enkele medenemers een maatwerkopleiding liet volgen van één jaar die bestond uit slechts enkele modules van een driejarige mbo-opleiding kon volgens de rechtbank dus de afdrachtvermindering toepassen. Met dit oordeel is de Belastingdienst het niet eens en sprongcassatie is aangetekend bij de Hoge Raad. De rechtsvraag die is voorgelegd is of voor de afdrachtvermindering onderwijs sprake moet zijn van het volgen van de volledige opleiding of niet.

De uitkomst van deze procedure is van belang voor werkgevers die in het verleden werknemers slechts één of enkele deelkwalificaties lieten volgen en daarvoor de afdrachtvermindering hebben toegepast en daarover nu met de Belastingdienst een geschil hebben.